Mechelen: woensdag, 24 juni 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

Eerste wereldoorlog

De Belle époque, de welvarende periode vanaf het laatste decenium van de 19e eeuw, werd brutaal door de Eerste Wereldoorlog afgebroken. De gruwel veroorzaakt een schok. De oorlog heeft veel materiële schade aangericht, maar vooral veel onvoorstelbaar menselijk leed toegebracht. De stad Mechelen wordt zwaar getroffen, bijna alle huizen op de Ijzerenleen worden vernield door de Duitse bezetter, de pompiers kunnen met de beperkte middelen die ze hebben toch enige hulp bieden. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog is Mechelen de vijfde grootste stad van het land wat het aantal inwoners betreft. Maar heel wat Mechelaars slaan op de vlucht voor het dreigende gevaar van de bezetter. De stad loopt letterlijk leeg ...

li
hw
Een desolaat beeld van de Steenweg met op de achtergrond de Ijzerenleen
sm
De Schoenmarkt met enkele verwoeste huizen
vijfh
De vijfhoek werd ook zwaar getroffen

Verdedigingsmiddelen

De brandweerdiensten van België werden in het bijzonder op de proef gesteld door de Grote Oorlog. Het was erg moeilijk om een volk en zijn eigendom te beschermen, terwiijl men onderworpen is aan het gezag van een bezetter: vorderingen van materieel, verplichting om voorwerpen van koper in te leveren, verbod om te hulp te komen bij bepaalde branden die gunstig waren voor de bezetter, verplichting om bij voorang hulp te verzekeren ten bate van de bezetter, dat alles moest in overeenstemming gebracht worden met een patriotisme dat in die tijd nog levendig was.

In het begin van de Eerste Wereldoorlog werd de Mechelse binnenstad zwaar getroffen. Hierdoor werd een groot deel van de historische gebouwen op de Ijzerenleen in puin gebombardeerd.

Aan de vooravond van de oorlog telt België meer dan 15.000 brandweerlieden, dat wil zeggen hetzelfde bestand als in 1980. Ze waren onderverdeeld in 361 korpsen (91 gewapende en 262 ongewapende) en 8 speciale compagnieën van de Burgerwacht.

Het materieel bestond voornamelijk uit handpompen, en de voertuigen werden meestal door paarden getrokken. Als men aan de 361 gemeenten die betrekkelijk goed beschermd werden door een brandweerkorps, de 34 toevoegd die en overeenkomst hadden gesloten met een naburig korps en de 411 die materieel bezaten ter beschikking van de inwoners, dan beseft men dat heel wat Belgische gemeenten geen enkel verdedigingsmiddel bezaten tegen brand.

Mechelen afgesloten van de buitenwereld

ijz
De foto toont de vernielingen op de IJzerenleen na de Duitse bombardementen van september 1914. Het Vleeshuis en huis Sint-Rumdoldus, die voor het voormalige schepenhuis stonden, zijn volledig vernietigd. De huizenrijen aan beide kanten liepen grote schade op. Na de oorlog worden de woningen in een eclectische stijl heropgebouwd. Rechts het oud-schepenhuis.

Mechelen speelde een belangrijke rol tijdens de Eerste Wereldoorlog. De aartsbisschoppelijke beiaardstad was van cruciaal belang: voor de Duitsers omdat het een belangrijk knooppunt was op het Belgische spoornet, voor de geallieerden omdat kardinaal Mercier vanuit zijn residentie het kerkelijke verzet orkestreerde.

Schade aan historische gebouwen

In augustus en september van 1914 zorgden meerdere beschietingen van de Duitse bezetter opnieuw voor de nodige schade. Vele andere historische gebouwen ondergingen hetzelfde lot.

Niet enkel het geboortehuis van de familie Denyn moest eraan geloven, maar ook van het veilinghuis Frans De Blauw bleven enkel de muren overeind, ook het reusachtige uurwerk aan de Sint-Romboutstoren werd zwaar beschadigd. Het Hof van Busleyden deelde ook in de klappen net zoals café De Pekton.

Inval

Op 4 augustus 1914 viel het Duitse leger ons land binnen om Luik en zijn 12 forten in te nemen. Het Duitse leger kreeg verder de opdracht de vesting Antwerpen en het Belgische leger uit te schakelen.

Op 25 augustus 1914 werd Mechelen gedurende 3 uur door Duitse kanonnen bestookt, de eerste bommen vielen op het Stationsplein. De Duitsers hadden het plan opgevat Antwerpen op de lijn Mechellen-Lier aan te vallen. Hiervoor werden de forten van Sint-Katelijne-Waver, Koningshooikt en Lier zwaar bestookt.

Op 27 augustus 1914 was er een tweede offensief zichtbaar tegen Mechelen, waarbij de Duitsers een 20.000-tal soldaten voor inschakelden. Mechelen werd toen voor de tweede keer gebombardeerd wat aannemelijk maakte dat bijna iedereen de stad ontvluchtte richting Duffel, Lier, Antwerpen en Nederland.

olwOnze-Lieve-Vrouw-Waver doelwit

Ook de gemeente Onze-Lieve-Vrouw-Waver werd zeer zwaar getroffen.
Op dinsdag 29 september 1914 onderging het dorp van Onze-Lieve-Vrouw-Waver een hevige beschieting door de Belgische artillerie waarbij heel wat gebouwen vernield werden. Het gemeentehuis en de parochiekerk brandden helemaal uit.

Maar vooral het prachtige klooster der Ursulinnen met zijn gekende huishoudelijke inrichting werd helemaal verwoest door de vlammen, evenals een grote graanschuur
en 19 woningen.

Ook de brandspuit en het brandblusmateriaal van de gemeente die aan de achterzijde van het gemeentehuis was opgeslagen, was bij het bombardement en de brand volledig vernield.

De Duitse bezetter eiste dat dit zou vervangen worden maar het gemeentebestuur was dit niet van plan. Dat kunnen we opmaken uit een brief die op 2 mei 1917 aan het stadsbestuur van Mechelen werd gericht.

Overeenkomst

De hogere overheid drong aan om nieuw blusmateriaal aan te kopen, maar het gemeentebestuur was niet genegen om dit verzoek te volgen wegens geldgebrek. Daarom vroeg men aan het stadsbestuur van Mechelen een hulpovereenkomst in geval van nood, zodat ze op de hulp van de Mechelse pompiers konden rekenen.

Op 5 mei stuurde het stadsbestuur van Mechelen dit verzoek door naar haar brandweercommandant die in een brief van 15 mei officieel zijn akkoord verleende, maar er wel op wees dat er vervoerproblemen waren. De nodige paarden om de stoomspuit te trekken waren niet beschikbaar.

Waarschijnlijk was dit specifieke probleem tussen de commandant van de brandweer en de burgemeester ook al mondeling besproken, want de stad Mechelen schreef zelf op 12 mei 1917 aan het gemeentebestuur van Onze-Lieve-Vrouw-Waver dat ze akkoord waren om het gewapende pompierskorps alsook het blusmateriaal ter beschikking te stellen indien er een brand op het grondgebied ontstond.

Erg geruststellend was deze overeenkomst natuurlijk niet. Als er in deze omstandigheden in het dorp een brand uitbreekt, moet immers eerst een boer gezocht worden die met de nodige paarden naar Mechelen gaat, waar ze voor de karren met de stoomspuit en ander gerief worden ingespannen. Vervolgens moest men daarmee naar Waver, een afstand van 12 km heen en 12 km terug, met paard en kar over de kasseiwegen. De Waverse bevolking is gelukkig gespaard gebleven van wat branden betreft in de naoorloogse periode.

schep Brand in het Schepenhuis

Na de zaterdagmarkt op 4 juli 1914 breekt er brand uit in het oudste gedeelte van het Schepenhuis aan de Steenweg.

Talrijke burgers kunnen de historische documenten, prenten, schilderijen en beelden tijdig in veiligheid brengen.

Het vuur vernield na de leeszaal enkel het meubilair, maar het dakgebinte en de plafonds van de oudste vleugel zijn gedeeltelijk aangetast door het vuur.

Enkele maanden later ontsnapt het Schepenhuis opnieuw op het nippertje aan de verwoesting bij de bombardementen van de stad na de Duitse inval in 1914. Een torentje aan de buitenkant wordt vernield, maar het riijke archief blijft ongeschonden.

In 1989 verhuist het stadsaarchief naar de achtervleugel van de gerenoveerde Dossinkazerne aan de Goswin De Stassaertstraat.

Wist je dat

Op 2 juni 1915 sloot de Duitse bezetter Mechelen bijna twee weken helemaal af. De stad werd volledig geïsoleerd. En dat veroorzaakte in de buitenwereld grote onrust. Op bevel van Moritz von Bissing, Gouverneur-generaal van het bezette België, wordt het Mechelse Pass-Amt gesloten. Niemand mag Mechelen in of uit.

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell